De wederopbouw

In september 1945 ging de hele seniorpatrouille over naar de stam, de Buffels. Deze naam zou later gewijzigd worden in de “St. Andrew” stam, de beschermheilige van de Schotten. In hetzelfde jaar werd tevens een tweede welpenhorde opgericht.
In de zomer van 1946 kon er eindelijk weer een normaal kamp gehouden worden. Het duurde 14 dagen, wat vandaag de dag nog steeds de gewoonte is bij de verkenners van de Camerons.
De twee jaar oude, tweede, welpenhorde werd in 1947 overgedaan aan “de Rode Pijl”, omdat de Camerons haar niet meer kon huisvesten. Daarentegen had “de Rode Pijl” wel ruimte, maar geen leden.
Het kamp van de wereldbroederschap in 1948 vormde de basis voor enkele nauwe contacten met een Deense groep. In de zomer van 1954 resulteerde dit in een kamp met de Denen in Fredericia. Het propellorblad in het troeplokaal is een van de fraaie herinneringen hieraan.
Het jaar ervoor, in 1953, werd het stenen clubhuis op de Tetterodeweg in gebruik genomen. Dit staat er tot op de dag van vandaag nog. Het is nu in gebruik door het Waterleidingsbedrijf, als opslaggebouw.
In september 1955 nam hopman Abspoel de leiding over van hopman Akke. Dit gebeurde na hopman Akke's tweede kamp samen met de Denen, dit maal in Ommen.

Het jaar daarop, in februari 1956, werd voor de eerste maal het Assumburg-weekend gehouden. Tijdens dit, door zware sneeuwstormen en ijzige kou geteisterde kamp, op slot Assumburg (bij Heemskerk), nam hopman Akke afscheid. Hier kreeg hij tevens het ere-verkennerschap uitgereikt.
In de zomer van dat jaar werd er tijdens het kamp, op kampeertterrein De Vrijenberg in Loenen, een permanente houten toren gebouwd. Deze toren, toen “het Spechtenoog”, later “de Hoge Specht” genaamd, is tot 1988 blijven staan. In de tussenliggende jaren is de toren regelmatig gedeeltelijk en geheel herbouwd. Niet alleen de Camerons deden hier aan mee, ook andere groepen die in Loenen kampeerden repareerden te toren regelmatig.


Onderhoud aan de 'Hoge Specht' in Loenen tijdens het zomerkamp van 1968.

In het najaar van 1957 werd de patrouille “Arenden” opgericht, heden ten dage de kaderpatrouille. Op St. Jorisdag 1958 werd voor het eerst het traditionele 1 meter-krentenbrood-met-spijs aangesneden. In hetzelfde jaar won de troep de eerste prijs op de Pavaqua, de padvinders zwemwedstrijden. De Valken wonnen de patrouillewedstrijden van het district en mochten naar de landelijke wedstrijden op Ada's Hoeve in Ommen.
In 1958 werd tijdens het zomerkamp in Vilsteren tijdens de slotmaaltijd een heel varken geroosterd. Dit ritueel zou in vele volgende kampen herhaald worden tot in 1974 varkens zo duur werden, dat men over moest stappen op kippen.
Het jaar 1959 werd ingeluid met een nieuwjaarsmaaltijd in Schotse stijl, compleet met Haggish, Whisky, Schotse muziek en bijpassende kleding. Ook dit jaar werden de patrouillewedstrijden gewonnen. Tijdens het zomerkamp in het Drentse Sleen werd de eerste Nederlandse paraboloïde gebouwd. Dit bouwwerk haalde zelfs de kranten en vele paraboloïdes zouden volgen.

De eerste paraboloïde in Nederland tijdens het zomerkamp in Sleen.

Ook in 1960 begon het jaar met een goede maaltijd. Dit maal ten huize van de graaf van Tetterode. In februari toog de groep traditiegetrouw naar slot Assumburg.

Het zomerkamp in Loenen werd geheel in de stijl van de Canadian Mounted Police gehouden. Hier ging voor het eerst de Olifant (een enorme legertent) mee. Andere high-tech voorzieningen waren de veldtelefoon en de kampgrammofoon.

De viering van Sint Joris met het traditionele krentenbrood in 1961.

Tijdens het volgende zomerkamp, in Well, werd er door de troep zulk zwaar nieuw pionierhout gehakt dat de palen niet meer te tillen waren. In het najaar werd het groepsblad “de Doedelzak” weer nieuw leven ingeblazen.
Na het zomerkamp van 1962 werd hopman Abspoel opgevolgd door vaandrig Wijdooge , hij bleef echter wel groepsleider.
In het najaar van 1963 werd door de senioren begonnen met de bouw van een permanente houten toren op het terrein aan de Tetterodeweg. Deze seniorenpatrouille moest snel hierna weer opgeheven worden bij gebrek aan leden.
Het 40-jarig jubileum van de groep werd door vele plaatselijke en landelijke Scouting coryfeeën opgeluisterd: o.a. de heer van Hasselt (beheerder van de Vrijenberg in Loenen), W.G. Huis in 't Veld en burgemeester Dr. D.J. Peereboom Voller. Voor alle leiding en het stichtingsbestuur werd een jubileumdiner in de Bokkedooms gehouden,
In 1964 zette de troep zijn tenten op in Torquay, Engeland. Op deze Jamborette ontmoetten ze Chief Scout MacLean (de hoogste Engelse padvinder) en werden ze ontvangen op het gemeentehuis van Plymouth door de burgemeester.
Na het tiende Assumburg weekend teerde de groep snel in en werd het noodzakelijk met de Duinzwervers op kamp te gaan. Wel naar het buitenland, naar Halteren in Duitsland.
In 1966 was de troep teruggelopen tot het historische dieptepunt van 6 verkenners. Nadat hopman Krudde dit jaar overleefd had, nam Joop Vlieg de leiding over. Hij zou de contacten met de Duinzwervers aanhalen en de groep nieuw leven inblazen.

Camerons-Duinzwervers