De oorlogsjaren

Exact een jaar na de oprichting door hopman Klant, op 26 november 1939, nam hopman Molenaar de leiding van de troep over. Het eerste oorlogsjaar konden er nog gewone opkomsten gedraaid worden, maar op 2 april 1941 werd, op last van de Duitsers, de Nederlandsche Padvindersbeweging ontbonden. Na een huiszoeking bij hopman Molenaar werd de groepskas in beslag genomen en het troephuis verzegeld. Uniformen, insignes en alles wat met de padvinderij te maken had moest worden ingeleverd. Officieel bestonden de Camerons niet meer.
Op 7 november 1943 hield oud-hopman Klant zijn trouwreceptie. Door de vele aanwezige oud-leden van de Camerons en “die Tweede Haerlem" werden plannen gesmeed om de groep weer op te richten. Op 19 maart 1944 werd bij initiatiefnemer Flip van der Linden thuis de eerste opkomst gehouden. Hier werd een kaderpatrouille, de Houtduiven genaamd, opgericht. Deze hadden zich als doel gesteld leden te werven en na de oorlog de padvinderij nieuw leven in te blazen.
Spoedig werd deze patrouille te groot en werd gesplitst in Antilopen en Sperwers. In de troepraad op 30 juni 1944 werd besloten de naam van de groep te wijzigen in “D.N.C.” (De Nieuwe Camerons), welke tot de bevrijding is blijven bestaan. In deze tijd werd er veel samen gedaan met "die Tweede Haerlem".

Dezelfde zomer ging de troep sinds jaren weer op kamp, naar Sassenheim. Ook dit kamp werd weer verstoord door de oorlog, nu door aangekondigde razzia's.
Na het kamp kwam er van de gewone programma's weinig terecht door de bepaling dat iedereen voor 8 uur 's avonds binnen moest zijn. Wel heeft de troep zich verdienstelijk gemaakt door tijdens de oorlog en na de bevrijding te helpen bij evacuaties en voedselverstrekking door het Rode Kruis.

Camerons-Duinzwervers